Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Inspiratie

De kracht van het positieve gebruiken

vrijdag 28 september 2012 | Veilig, gezond & vitaal werken

Op praktijkschool De Venen in Drachten gaan medewerkers vaker zelf op zoek naar oplossingen voor werkdruk. De bijeenkomsten Voortgezet Werkplezier hebben daaraan bijgedragen. Belangrijk werkzaam bestanddeel van de aanpak Voortgezet Werkplezier is: aandacht hebben voor wat goed gaat en dat ook regelmatig uitspreken. Al is het in de maalstroom van alledag wel belangrijk dat met elkaar bewust te blijven doen.

“Onze school maakt grote veranderingen door en dat brengt onherroepelijk meer werkdruk met zich mee”, zegt Roel Eising, locatiedirecteur van De Venen, praktijkschool in Drachten. “Ons nieuwe onderwijsmodel, met een omslag van pedagogisch georiënteerd naar meer opbrengstgericht werken vraagt veel van docenten. Wat goed was, moet net iets anders en ander gedrag aanleren is lastig. Tegelijkertijd proberen docenten de leerlingen, die vaak niet zo’n rooskleurige onderwijscarrière achter de rug hebben, meer te benaderen vanuit het positieve. Doel is leerlingen in hun kracht te zetten, zodat ze zelf oplossingen gaan zoeken. Op die manier willen we ook met ons personeel omgaan en daar paste de aanpak van Voortgezet Werkplezier bij.”

Voldoening
De Venen is proefschool geweest voor Voortgezet Werkplezier, een project met een creatieve, oplossingsgerichte aanpak van werkdruk. Het programma is ontwikkeld voor en door docenten, samen met de vakbonden, de VO-raad en Arbo-VO (nu Voion). Via een serie actieve werkvormen delen medewerkers ervaringen, komen met elkaar in gesprek over wat beter kan en leren ze de kracht van het positieve gebruiken. Na de fase van inzicht wil Voortgezet Werkplezier medewerkers prikkelen zelf iets aan de situatie te veranderen én te accepteren wat niet (meteen) te veranderen valt. Daarnaast leren deelnemers positieve kanten benadrukken en focussen op wat voldoening geeft. Zo komt energie vrij en ontstaat weer ruimte voor werkplezier. Het programma leek Eising ook effectief omdat het zich richt op een school of team als geheel: “Je ontwikkelt een taal die je allemaal spreekt.”

Intervisiegroep
Het project van anderhalf jaar is net afgesloten. Onder leiding van een organisatiedeskundige heeft het team zes studiemiddagen gehad. “De werkvormen zijn enthousiast ontvangen en het waren leuke bijeenkomsten, maar je merkte dat mensen zich gingen afvragen of het wel zinvol was”, aldus Eising. Halverwege het traject heeft de schoolleiding daarom een keuzemoment ingelast. “We vroegen collega’s na te gaan of ze de meerwaarde van deze methodiek zagen voor zichzelf. Voordat je het weet, is praten en oefenen te algemeen. Die slag naar het concrete kan de methode nog wel iets meer maken. Mensen, zeker op onze school, willen opbrengsten zien, boter bij de vis.” Ruim tien medewerkers zijn doorgegaan als intervisiegroep. Ze wisselden vervolgens ervaringen uit, interviewden collega’s die hun werk handig georganiseerd hebben en deden de schoolleiding een aantal voorstellen om werkprocessen te verbeteren. Deze groep gaat volgend schooljaar door en wie wil kan aanschuiven.

Actie
Gomathy Post, docent arbeidstraining en beeldende vorming, is blij met de intervisiegroep. “Ik vind het prettig dat je je verhaal kwijt kunt, anders blijf je ermee rondlopen. En je krijgt tips van collega’s.” Haar collega Ymie Rispens, instructeur interne stage en fastfood opleiding, haakte na het gezamenlijke deel af. “Ik vond de bijeenkomsten belangrijk genoeg om naartoe te gaan. Je leerde er op een positieve manier naar werkdruk kijken, niet als het zwaard van Damokles dat boven je hoofd hangt. Van de oefeningen pik je altijd wel wat op, maar ze moeten bij je passen. Ik vond ze vaak wat zweverig.” Post lacht: “Veel van onze kinderen zijn hyper en praktijkgericht, maar wij willen zelf ook actie.” De actie waarbij ze een kaartje met een compliment in hun postvakje kregen, vonden ze allebei bijzonder. “Het gevoel dat je werk gewaardeerd wordt, is zo belangrijk”, zegt Post. En sommige praktische tips zijn blijven hangen. Post denkt aan haar energiegevers en -verslinders. “Ook al kom ik moe thuis, ik zet me er nu vaker toe om te gaan sporten, want daarna voel ik me weer een stuk lekkerder.” Rispens is in de pauze een paar keer gaan wandelen met collega’s. “In het begin ben je sterk met dat soort dingen bezig, maar gaandeweg laat je het weer los. Zo lukte het me een tijdje om in het weekend mijn werkmail niet te openen, maar dan begin je toch weer, omdat het op je nek zit.” Delen wat goed gaat en leuke dingen samen doen, vinden beiden een goede remedie. Rispens wil graag eens een teambuildingsdag en Post schiet een traditie van vroeger te binnen: “’s Ochtends voor de lessen gingen we vaak met de collega’s een potje sjoelen. Dan stapte je heel anders, ontspannen de klas in.”

Cirkel
Alert zijn op het goede en oog hebben voor elkaar, vooral in informele gesprekken. Door Voortgezet Werkplezier beseft de schoolleiding hoe groot de kracht van het positieve kan zijn. Bart-Jan de Ruijter, teamleider derde fase, zegt over de werkvorm ‘complimenten geven’: “Collega’s merken wat het krijgen van een compliment met hen doet en gaan het zelf ook inzetten.” Eising merkte hoe dat bij hem zelf werkte: “Je denkt dat je het al doet, complimenten geven, maar in de oefening wordt duidelijk dat het niet zo is. We hebben de neiging wat niet goed gaat uit te vergroten.” ‘Benoemen wat goed gaat’ blijkt voor Eising in zijn eigen werkpraktijk nog steeds te werken. “Dat ben ik bewust gaan hanteren. Zo kun je voorkomen dat je in de cirkel gezogen wordt van alles wat nog moet gebeuren.” Eising noemt verder het gewaardeerde ‘rondje welbevinden’, dat hij in zijn overleggen heeft ingevoerd en De Ruijter staat in zijn overleg vaker stil bij ‘mijlpalen’. “Als iemand bijvoorbeeld met goed resultaat een project heeft afgerond, laat ik hem of haar dat even delen met teamgenoten. Trots mogen zijn op wat je hebt bereikt, dat is een cultuur.”

Proeftuinen
Het netto effect van Voortgezet Werkplezier valt niet te bepalen, vinden Eising en De Ruijter. Eising: “Ons ziekteverzuim ligt altijd al laag, rond de 2,7 procent. Mensen stáán er, ze zijn heel betrokken bij de leerlingen en zijn met hart en ziel met hun vak bezig.” De Ruijter denkt dat medewerkers realistischer naar werkdruk kijken. “Werkdruk is geen ´vies´ woord meer. Je hebt het wel druk, maar je ziet ook wat het oplevert. Mensen gaan, met vallen en opstaan soms, zelf aan het werk, meer vanuit de gedachte: ‘Ik moet hier zelf een oplossing voor vinden.’”

Desgevraagd erkent Eising dat een schoolleiding die wil, dat medewerkers verantwoordelijkheid nemen, zelf wel ruimte moet bieden. De Venen heeft nu proeftuintjes waarin iedereen met een goed initiatief, binnen kaders en met een eigen budget, kan experimenteren. “Als schoolleiding moet je controleren op doelen en opbrengsten en niet steeds op het proces zitten, alleen de touwtjes in handen houden die ertoe doen.”

Praktijkschool De Venen (50 personeelsleden, 270 leerlingen) is onderdeel van brede scholengemeenschap Singelland, met vijf locaties in en om Drachten.

Meer weten?
Meer weten over de aanpak Voortgezet Werkplezier? Kijk op www.voortgezetwerkplezier.nl of neem contact op met de consultants van Voion.

Gerelateerde onderwerpen