Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Inspiratie

Mobiliteit juichen we toe

woensdag 18 november 2015 | Arbeidsmarkt & mobiliteit | Algemeen Voion

Voor steeds meer vakken in het voortgezet onderwijs is het lastig om geschikte leraren te vinden. Denk aan Wiskunde, Nederlands, Duits en Natuurkunde. Naar verwachting wordt dit de komende jaren alleen nog maar moeilijker. Hoe gaan scholen om met deze tekorten op de arbeidsmarkt? Het Oranje Nassau College in Zoetermeer maakt gebruik van de regeling Vierslagleren.  

Het Oranje Nassau College in Zoetermeer maakt deel uit van de Unicoz Onderwijsgroep, een samenwerkingsverband van 23 po-scholen en één vo-school. Arie Stougie, directeur P&O van de Unicoz Onderwijsgroep, is al 39 jaar verbonden aan de scholengroep. Begonnen als docent, later ook als conrector. Mariet van Goch omschrijft zichzelf als een onderwijsnomade. In haar lange carrière heeft ze allerlei rollen en functies vervuld bij verschillende scholen, van docent tot locatiedirecteur. Sinds dit jaar is ze voorzitter centrale directie van het Oranje Nassau College.  

Vruchten plukken
Beiden zijn dus ware voorbeelden van mobiliteit in het onderwijswerkveld. Een mobiliteit die ze ook stimuleren bij hun medewerkers. Het Oranje Nassau College groeit namelijk: er is een grotere toestroom aan eerstejaars leerlingen, waardoor er tekorten in de formatie ontstaan. “We hebben ons de laatste jaren goed in de Zoetermeerse kijker gespeeld”, zegt Van Goch. “Er is een reeks over onze ‘onderwijshelden’ in het Algemeen Dagblad verschenen. Met Vmbo Totaal bieden we een veelheid aan keuzes. Dat geldt ook voor de mavo-havo-vwo-locatie die grensverleggend, ondernemend onderwijs biedt. Ondernemers verzorgen gastlessen op school, leerlingen kunnen een eigen onderneming starten. Ook kennen we een goed programma voor excellente leerlingen. Daar plukken we nu de vruchten van.”  

Bezinning
De grotere onderwijsvraag, gekoppeld aan natuurlijk verloop, heeft geleid tot circa tien fte aan vacatures voor het schooljaar 2015/2016. Stougie: “We hadden vooral een kwantitatief tekort. Naast de grotere toestroom van leerlingen komt dat ook door ons mobiliteitsprogramma. Voor de grote middengroep docenten – die ruwweg tussen de veertig en de vijftig jaar oud zijn – hebben we het programma ‘Halverwege’.  Op die leeftijd is het normaal om jezelf de vraag stellen: ‘Wil ik dit blijven doen tot mijn pensioen?’. We willen voorkomen dat medewerkers vast komen te zitten, met mogelijk uitval als gevolg. Met het programma bieden we ze een mogelijkheid tot bezinning en eventueel een andere rol of stap, binnen of buiten de onderwijsgroep.”  

Verdieping en verbreding
Met dit levensfasebewust personeelsbeleid is meteen het bruggetje gemaakt naar de regeling Vierslagleren. Stougie: “Je ziet dat oudere docenten vaak verdieping zoeken, terwijl jongeren zich juist verbreden. Vierslagleren sluit daarbij aan, en biedt tegelijkertijd de mogelijkheid om vacatures in te vullen. Een eenvoudige regeling, waarbij het vooral van belang is om goede docentenduo’s samen te stellen (zie Vierslagleren, red.).  We hebben twee zittende docenten, die aardrijkskunde en geschiedenis geven. Zij gaan zich richten op het tekortvak Duits, en we hebben twee jonge docenten wiskunde aangenomen die via Vierslagleren aan hen gekoppeld zijn.”  

Ter discussie
Van Goch vult aan: “Vierslagleren is een soort meester-gezelprincipe, en dat werkt heel goed. Het vraagt om een zekere openheid: je moet bij elkaar in de keuken willen en durven kijken. We zijn net begonnen, en merken nu al dat het veel energie teweegbrengt. De jonge docenten zijn lekker pittig, stellen de gevestigde orde ter discussie. En de oudere docenten coachen hen in het lesgeven en maken hen wegwijs in alle secundaire processen. Het is een ontwikkeling die ook helemaal van deze tijd is. De docent op een eiland bestaat niet meer. Je moet je kennis delen en samenwerken in een team. Met Vierslagleren vullen we daarmee niet alleen vacatures in, het is ook een mooie manier om te werken aan je professionaliteit en de kwaliteit van je onderwijs.”

Bron: Magazine VO in ontwikkeling, november 2015