Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Inspiratie

Sondervick College Veldhoven gaat stress te lijf met biofeedback

dinsdag 13 november 2012 | Veilig, gezond & vitaal werken

Iedereen loopt het risico er ooit last van te krijgen: chronische stress. Vaak veroorzaakt door langdurige blootstelling aan een omgeving die meer van je vraagt dan je aan kunt. Het bestuur van OMO (Ons Middelbaar Onderwijs) biedt zijn personeel de mogelijkheid stress te lijf te gaan door het volgen van de training ‘Nooit meer stress’. De eerste pilot van het project is zojuist met succes afgerond op het Sondervick College in Veldhoven.

Dat ook docenten in het voortgezet onderwijs last hebben van stress is al lang geen geheim meer. ‘Maar in tegenstelling tot kortstondige stress kunnen de gevolgen van chronische stress erg schadelijk zijn,’ vertelt Hans van Os, voormalig OMO-schoolleider en momenteel projectleider van de stressreductietraining ‘Nooit meer stress’. ‘Niet alleen voor je welbevinden, maar ook voor je gezondheid en je prestaties. En de schade is niet alleen zichtbaar op de korte, maar vooral ook op de lange termijn.’ Personeelsleden die gestresst zijn en daar iets aan willen doen, kunnen zich sinds kort opgeven voor de training ‘Nooit meer stress’, speciaal voor OMO-personeel. In de training leren de cursisten hoe ze kunnen ontstressen, maar er is ook veel aandacht voor beter of anders eten en meer bewegen.

Ademhalingstechniek
‘Essentieel in de training is het aanleren van een ademhalingstechniek die leidt tot een gelijkmatige variatie van je hartslagritme,’ legt Van Os uit. ‘Dat heeft een ontspannen, maar alerte houding tot gevolg. Door regelmatig te oefenen met het biofeedbackapparaatje dat bij het cursusmateriaal zit, voel je je direct prettiger. Op de wat langere termijn worden de effecten zelfs nog versterkt en kun je ook dieper ontspannen. Stress reguleren, kun je leren dus.’

Hulpmiddeltje
De biofeedbackapparatuur - een klein kastje dat in je handpalm past - is dus slechts een hulpmiddeltje om af te lezen of je wel voldoende ontspannen bent. Staat het sein op rood, dan is de deelnemer te gestresst en moet hij rustiger in- en uitademen. Brandt er een groen lampje dan lijkt alles onder controle. ‘Twee keer per dag tien minuten trainen met het apparaatje volstaat,’ zegt Van Os. ‘Het oefenen moet op den duur een ingesleten gewoonte worden om blijvend effect te hebben. Wie eenmaal een bepaalde gradatie van ontspanning bereikt, kan ook gemakkelijker aandacht besteden aan zijn bewegings- en voedingspatroon.’

Bewustwording
Want ook deze twee elementen zijn heel belangrijk om de stress te verminderen. ‘Wat we gezien hebben tijdens de pilot is dat er tijdens het traject meer ruimte ontstaat voor bewustwording,’ stelt Van Os. ‘Waarom ga je te veel en verkeerd eten als je stress voelt opkomen? Waarom sla je het sporten weer eens over als je je moe voelt? Als het goed is, geef je jezelf de antwoorden op deze vragen en ben je eerder in staat om op een natuurlijke manier goede voedings- en bewegingspatronen te integreren in je dagelijkse leven.’

Tenslotte biedt de training de mogelijkheid om een interventietechniek aan te leren waarmee je de effecten van ongewenste emoties kunt verminderen.’ Het stressreductietraject is opgezet volgens de inzichten van dr. David Servan-Schreiber. Servan-Schreiber is psychiater en leider van het gerenommeerde psychiatrische onderzoekslaboratorium van de universiteit van Pittsburgh. Zijn ideeën heeft hij omschreven in zijn boek ‘Uw brein als medicijn.’

Prestaties verbeteren
Volgens Hans van Os, die daarbij geruggensteund wordt door het OMO-bestuur, is de cursus stressreductie een uitstekende manier om te voorspellen en daarmee ook te voorkomen dat medewerkers uitvallen. ‘Eigenlijk biedt de methode alleen maar voordelen,’ zegt hij. ‘De werknemer zit beter in zijn vel. En voor de werkgever betekent het dat hij kan voorkomen dat leraren uitvallen en dat hij eveneens ervoor kan zorgen dat de prestaties van die leerkracht verbeteren. En dat alles zonder langdurige therapie of medicatie.’

Bevlogenheid, energie en flow
De deelnemers aan de pilot in Veldhoven, docenten uit HAVO/VWO en VMBO, maar ook pedagogische conciërges, hebben veel baat gehad bij de training. Dat blijkt niet alleen uit hun persoonlijke ervaringen, maar ook uit de metingen die werden uitgevoerd. Zowel aan het begin van het traject als na drie maanden. Van Os: ‘Na afloop van de pilot waren de deelnemers lovend. Mensen gaven aan minder last te hebben van lichamelijke klachten, die varieerden van hoge bloeddruk tot maagpijn en hoofdpijnklachten.’

Maar ook mentaal kwamen de cursisten er een stuk sterker uit. ‘Veel leraren hadden het gevoel dat ze gemakkelijker konden omgaan met de leerlingen. “De leerlingen worden tam”. “Ze begrijpen me beter”. “Ik kan veel beter met ze omgaan,” zijn enkele veelgehoorde opmerkingen.’ Echt opzienbarend noemt Van Os de behaalde resultaten als het gaat om bevlogenheid, energie en flow. ‘Eigenschappen die in het onderwijs onontbeerlijk zijn. Toch gaven veel deelnemers vóór de training aan gebrek aan energie te hebben en de bevlogenheid en flow te missen die nodig zijn voor het goed uitoefenen van het vak. De metingen na afloop gaven een heel ander beeld. Waar vóór de training 27 procent van de deelnemers aangaf gebrek aan bevlogenheid te hebben, was dat na afloop teruggelopen tot vier procent. Datzelfde beeld was te zien voor wat betreft flow.’

Veelbelovend
Van Os: ‘De eerste resultaten zijn zo veelbelovend dat de Raad van Bestuur besloten heeft om de training toegankelijk te maken voor meerdere OMO-scholen. Uitgangspunt hierbij is dat ieder personeelslid zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen gezondheid. Omdat OMO zelf belang heeft bij gezond personeel, faciliteert de school - in samenwerking met de Raad van Bestuur - die personeelsleden die willen meedoen aan het project om hun gezondheid een boost te geven.

Kenmerkend aan het traject is dat er na een korte medische intake meteen gestart kan worden. Van Os: ‘Hierna krijgt iedere deelnemer zeven weken lang één uur per week begeleiding. Daarna kan hij zelf aan de slag. Hij leert technieken aan waarmee hij zelf zorgt voor een beter welbevinden. En wie dat serieus doet, heeft daar zijn leven lang profijt van.’

Gerelateerde onderwerpen