Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Nieuws

Check nieuwe Arbowet: alles op orde?

dinsdag 12 september 2017 | Veilig, gezond & vitaal werken | Algemeen Voion

Per 1 juli 2017 is de nieuwe Arbowet ingegaan. De nieuwe wet heeft consequenties voor het contract met de bedrijfsarts / arbodienst en de rol van de preventiemedewerker en (G)MR in uw organisatie. Voor u als werkgever betekent dit dat u een aantal zaken moet regelen. Wij hebben de voornaamste punten voor u op een rijtje gezet.

Mensen worden steeds ouder en om alle voorzieningen in stand te kunnen houden, moeten mensen langer doorwerken. Het (duurzaam) inzetbaar zijn wordt daarmee van steeds groter belang voor zowel de werkgever als de werknemer. Om de betrokkenheid van werkgevers én werknemers bij de (preventieve) bedrijfsgezondheidszorg te vergroten, zijn daarvoor met ingang van 1 juli 2017 randvoorwaarden geschapen. Hiermee verandert de rol van alle betrokkenen: werkgever, werknemer, bedrijfsarts, preventiemedewerker en (G)MR. De aanpassingen zijn gebaseerd op een advies van de SER: ‘Betere zorg voor werkenden’ 

Wat moet u als werkgever regelen

• Basiscontract
De nieuwe Arbowet verplicht u om een ‘basiscontract’ af te sluiten met een arbodienst of (BIG-geregistreerde) bedrijfsarts. In het basiscontract zijn minimumeisen vastgesteld tussen de werkgever en de arbodienstverlener. Naast de bestaande wettelijke taken waarbij u zich al moet laten ondersteunen (nl. bij ziekteverzuimbegeleiding, toetsing van de risico-inventarisatie en –evaluatie, periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek en aanstellingskeuring) moet in het basiscontract de ondersteuning voor de volgende wettelijke taken worden vastgelegd:
  • Vrije toegang tot de bedrijfsarts voor werknemers
    In het kader van de duurzame inzetbaarheid verwacht de wetgever van de werknemer een actieve opstelling m.b.t. zijn eigen veiligheid en gezondheid. Als werkgever moet u dit faciliteren door ervoor te zorgen dat werknemers de bedrijfsarts kunnen bezoeken, ook als er nog géén sprake is van ziekteverzuim of klachten. Dit kan bijvoorbeeld door middel van het instellen van een ‘open spreekuur’ waarbij iedere werknemer het recht heeft om – buiten het zicht van de werkgever en collega’s en zonder toestemming van de werkgever - de bedrijfsarts (preventief) te bezoeken.
  • Vrije toegang tot de werkvloer door de bedrijfsarts
    Daarnaast moet u ervoor zorgen dat de bedrijfsarts iedere werkplek kan bezoeken. Daarmee kan de bedrijfsarts zich in voorkomende gevallen een goed beeld vormen over de arbeidsomstandigheden en de belasting in het werk.
  • Second opinion voor werknemers
    De werkgever is verplicht om de werknemer de mogelijkheid van een second opinion van een andere bedrijfsarts (van een andere organisatie) te bieden als de werknemer twijfelt aan de juistheid van het door de bedrijfsarts gegeven advies. Bedrijfsartsen moeten zo’n verzoek altijd honoreren tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit niet te doen. U moet in het basiscontract opnemen welke andere bedrijfsarts(en) of arbodienst(en) deze second opinion uit kan (kunnen) voeren; als werkgever betaalt u de kosten van de second opinion. De second opinion kan alleen worden aangevraagd door de werknemer, niet door de werkgever. Voor de werkgever (en ook voor de werknemer) bestond al de mogelijkheid om een deskundigenoordeel aan te vragen bij het UWV. In tegenstelling tot dit deskundigenoordeel (dat vooral is gericht op het beoordelen van de re-integratie inspanningen van alle partijen), is de nieuwe mogelijkheid voor een second opinion erop gericht om de arbeidsongeschiktheid (nogmaals) te beoordelen.
  • Klachtenprocedure van de bedrijfsarts
    Iedere bedrijfsarts moet een klachtenprocedure hebben. Dit geldt vanaf nu voor alle bedrijfsartsen, ook als zij werken als zelfstandig bedrijfsarts en niet werkzaam zijn bij een gecertificeerde arbodienst. U doet er goed aan hiernaar te informeren bij de bedrijfsarts.
  • Overleg van de bedrijfsarts met de (G)MR en de preventiemedewerker
    In het basiscontract moet u opnemen dat de bedrijfsarts en arbodienstverleners het recht hebben om te overleggen met de (G)MR en de preventiemedewerker(s). Ook moet u in het basiscontract aangeven hoe betrokkenen hieraan uitvoering kunnen geven.
  • Melden van beroepsziekten door de bedrijfsarts
    Het signaleren en melden van beroepsziekten aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten was al een taak van bedrijfsartsen. In het basiscontract moet nu zijn afgesproken dat de bedrijfsarts hier ook tijd aan kan besteden.
  • Adviesrol van de bedrijfsarts
    In de nieuwe Arbowet komt preventie (nog) centraler te staan: de bedrijfsarts moet u adviseren over het toepassen van preventieve maatregelen voor het gezond en veilig werken van werknemers. Het is raadzaam om nu al na te denken over welke preventietaken u bij de bedrijfsarts zou willen neerleggen en hoe u overleg hierover wilt vormgeven (en de eventuele rol van de preventiemedewerker daarin). Ook is opgenomen dat de bedrijfsarts u adviseert over ziekteverzuimbegeleiding (i.p.v. bijstand verleent); dit benadrukt dat u als werkgever verantwoordelijk bent voor de verzuimbegeleiding.
Al met al krijgen alle partijen met het basiscontract meer mogelijkheden om tijd (en budget) te besteden aan preventie. Het basiscontract betreft een minimum variant en is verder vormvrij. U mag (uiteraard) ook een uitgebreider contract afsluiten met maatwerkafspraken. De (G)MR heeft instemmingsrecht op het af te sluiten (basis)contract.

De nieuwe Arbowet is ingegaan per 1 juli 2017, maar u krijgt tot 1 juli 2018 de tijd om lopende contracten aan te passen, bijvoorbeeld met een aanvulling op het bestaande contract. Nieuwe contracten die vanaf 1 juli 2017 worden afgesloten, dienen direct aan de nieuwe Arbowet te voldoen.

Informeren
Als werkgever moet u de werknemers in uw organisatie informeren over de wijzigingen in de nieuwe Arbowet: wat betekenen deze voor hen en hoe kunnen ze gebruik maken van de nieuwe mogelijkheden om hun duurzame inzetbaarheid te optimaliseren. Idealiter doet u dit samen met de (G)MR bijvoorbeeld via het intranet en/of de personeelsnieuwsbrief.

• Rol en functie van de preventiemedewerker
In het voorgaande is al aangegeven dat u in het basiscontract het recht op overleg van de (G)MR en de preventiemedewerker met de bedrijfsarts moet opnemen. Een andere maatregel die in de nieuwe Arbowet is opgenomen om de betrokkenheid van werknemers bij het veilig en gezond werken (verder) te bevorderen, is dat de (G)MR niet alleen instemmingsrecht heeft op het takenpakket van de preventiemedewerker (wat al langer het geval was), maar nu ook instemmingsrecht krijgt op de keuze van de persoon en de positie van de preventiemedewerker in de organisatie. In principe hoeft een zittende preventiemedewerker niet opnieuw benoemd te worden met ingang van de gewijzigde Arbowet per 1 juli jl. Maar de (G)MR mag wel van haar initiatiefrecht gebruik maken om een aanstellingsprocedure voor de benoeming van de preventiemedewerker aan u voor te stellen. Bij de keuze van de preventiemedewerker moet u nu niet alleen nadenken over de rol(len) en taken van de preventiemedewerker, maar ook of het een lijn- of staffunctie betreft.

Rol(len) van de preventiemedewerker
We kunnen (globaal gezien) drie rollen van de preventiemedewerker onderscheiden: de preventiemedewerker als contactpersoon (vooral intermediair tussen de eigen organisatie en externe deskundigen), als arbo-coördinator (vooral actieve uitvoerder van het arbobeleid) en als beleidsadviseur (vooral partner in het ontwikkelen van en sturen op arbobeleid in de organisatie). In de praktijk zullen preventiemedewerkers meerdere rollen geheel of gedeeltelijk uitvoeren. Voor een succesvolle invulling van de functie van preventiemedewerker is het raadzaam dat u de voor- en nadelen van de verschillende rollen vooraf goed in kaart brengt zodat deze past bij de organisatiekenmerken en de schoolvisie op arbeidsomstandigheden.

Functie van de preventiemedewerker
Met betrekking tot de keuze van een staf- of lijnfunctie, hebben beiden voor- en nadelen. Het voordeel van een staffunctie is dat er (organisatie-)brede expertise opgebouwd kan worden waardoor er (voldoende) aandacht is voor het thema en het kennisniveau hoog kan zijn. Het voordeel van een lijnfunctie is dat de implementatie van het arbobeleid makkelijk geïntegreerd kan worden in het primaire proces in school.

De rolopvatting met bijbehorende taken en de keuze van een staf- of lijnfunctie hebben natuurlijk ook consequenties voor de keuze van de persoon van preventiemedewerker; deze moet overeenkomen met zijn/haar ambities, competenties, en eigen visie op de rol van preventiemedewerker.

Volgens de Arbowet heeft de preventiemedewerker een aantal belangrijke taken, bijvoorbeeld bij het voorbereiden en (doen) uitvoeren van de risico-inventarisatie en –evaluatie en het geven van voorlichting. Met de invoering van de nieuwe Arbowet, neemt het belang van de preventiemedewerker in uw organisatie toe. Om zijn taken effectief uit te kunnen voeren, moet de preventiemedewerker weten wat er speelt op de werkvloer en moet hij makkelijk benaderbaar zijn voor werknemers. Vanuit dit oogpunt is het dan ook raadzaam dat een bestuur met meerdere scholen, op elke school (minimaal) één preventiemedewerker benoemt.

• Toezicht en handhaving

De Inspectie SZW krijgt meer mogelijkheden om werkgevers, arbodiensten en bedrijfsartsen sancties op te leggen bij het niet naleven van de regelgeving. Zo is in de nieuwe Arboregels onder andere opgenomen dat als u als werkgever geen (basis)contract heeft, I-SZW de mogelijkheid heeft tot directe boeteoplegging. Ook is geregeld dat wanneer u zich niet houdt aan uw verplichting om een aantal van uw arbotaken over te laten aan de bedrijfsarts, dit zal worden aangemerkt als een overtreding.

Meer weten?
Voor vragen kunt u tijdens kantooruren bellen met het Servicecenter Veilig, Gezond & Vitaal Werken: 045-579 60 24 of een email sturen naar: info@voion.nl.