Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Nieuws

Transitievergoeding en de zieke werknemer

dinsdag 22 maart 2016 | Arbeidsmarkt & mobiliteit

Is het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever als de werkgever weigert de arbeidsovereenkomst met een werknemer die langer dan twee jaar ziek is, te beëindigen teneinde het betalen van de transitievergoeding te voorkomen? De kantonrechter bij de Rechtbank Midden-Nederland was die mening niet toegedaan, al is het volgens hem wel onfatsoenlijk te noemen.

In bovengenoemde zaak betrof het een werknemer die langer dan twee jaar volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. Alvorens de werknemer het verzoek indiende bij de rechtbank, heeft de werknemer de werkgever verzocht de arbeidsovereenkomst te beëindigen, hetgeen niet werd gehonoreerd.

De werknemer verzoekt vervolgens de rechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden met toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding. De rechter ontbindt op verzoek van de werknemer de arbeidsovereenkomst (artikel 7:671c Burgerlijk Wetboek). In beginsel heeft de werknemer die de arbeidsovereenkomst op eigen verzoek laat ontbinden geen recht op de transitievergoeding, tenzij sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. Voor het toekennen van een billijke vergoeding geldt eveneens de toets van het ernstig verwijtbaar handelen.

Onbetaald in dienst houden
De werknemer is van oordeel dat het gaat om ernstig verwijtbaar handelen. Een van de argumenten die de werknemer daarvoor aandraagt is het slapend houden van het dienstverband. De kantonrechter antwoord hier als volgt op: “Niet kan echter worden aangenomen dat op de werkgever op basis van de arbeidsovereenkomst een verplichting rust de arbeidsovereenkomst, na twee jaar ziekte en in dit geval na drie jaar, te beëindigen. Bij het in stand laten van de arbeidsovereenkomst is de werkgever alsdan ook geen transitievergoeding verschuldigd. Minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft op 7 september 2015 op de vraag van de Tweede Kamer of hij de mening deelt dat het onbetaald in dienst houden van werknemers (na twee jaar arbeidsongeschiktheid) getuigt van onfatsoenlijk werkgeverschap, geantwoord: “Als enige reden voor het onbetaald in dienst houden van een werknemer is het niet willen betalen van een transitievergoeding, dan getuigt dat in mijn ogen niet van fatsoenlijk werkgeverschap. In mijn reactie op het betreffende artikel heb ik dat ook aangegeven.”

Ernstige verwijtbaarheid?
Slechts in uitzonderlijke gevallen dient de ernstige verwijtbaarheid te worden aangenomen zo blijkt uit de wetsgeschiedenis. Gedacht moet bijvoorbeeld worden aan de situatie dat de werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst niet nakomt. Volgens de kantonrechter is daar in deze situatie geen sprake van. Tot slot nog het volgende over het onbetaald in dienst houden van de werknemer. Op grond van de CAO VO is dat niet mogelijk, omdat er een loondoorbetalingsverplichting rust op de werkgever. Wel kan de ontvangen uitkering in mindering worden gebracht op het salaris, dat 70% bedraagt.

Voor de volledige uitspraak.

Wordt vervolgd
Hierbij moet worden opgemerkt dat Asscher tijdens een debat over de Wet werk en zekerheid op woensdag 9 maart jl. de toezegging heeft gedaan dat hij gaat onderzoeken wat er kan worden gedaan aan de transitievergoeding bij werknemers die ontslagen worden op grond van ziekte en/of arbeidsongeschiktheid. Asscher erkent dat het onredelijk kan zijn om werkgevers die zich hebben ingespannen om de werknemer te laten re-integreren, ook nog een transitievergoeding te laten betalen. Hij belooft voor de zomer met een voorstel te komen om dit in de wet aan te passen. Wordt vervolgd.