Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Arbeidsmarkt & mobiliteit

Noordoost- en Zuidoost-Brabant

Regio Noordoost- en Zuidoost-Brabant

De arbeidsmarkt voor leraren vo 2017-2022 (CentERdata, april 2017)
Deze Regionale Arbeidsmarkt Raming van CentERdata heeft tot doel een voorspelling te doen over de arbeidsmarkt voor leraren in het voortgezet onderwijs voor de periode 2017-2022 in de RPA-regio Noordoost- en Zuidoost-Brabant.

Samenvatting
Leeftijdsopbouw
Ouderen zijn relatief oververtegenwoordigd. Dit betekent dat op korte en middellange termijn rekening moet worden gehouden met een relatief hoge uitstroom (en vervangingsvraag) van leraren.

Werkgelegenheid
De rapportage laat zien dat de werkgelegenheid op landelijk niveau de komende jaren daalt. In de RPA-regio’s Noordoost- en Zuidoost-Brabant daalt deze nog sterker. In 2022 zal ten opzichte van 2017 ongeveer 8% van de huidig beschikbare werkgelegenheid in het voortgezet onderwijs in Noordoost- en Zuidoost-Brabant verdwenen zijn.

Vervangingsvraag
De vervangingsvraag is in absolute zin in beide regio’s nagenoeg even groot en zal eerst licht stijgen om vervolgens sterker te dalen.. Het is ten behoeve van de interpretatie echter inzichtelijker deze ontwikkeling te beschouwen in relatie tot de werkgelegenheid. We zien nu dat Zuidoost-Brabant met een relatief lage vervangingsvraag geconfronteerd wordt. Noordoost-Brabant schommelt rond het landelijk gemiddelde.

Instroom
De instroom van leraren neemt naar verwachting af. Als percentage van de werkgelegenheid zien we dat de instroom in de regio licht achterblijft bij het landelijk gemiddelde.

Vacatures
In beide RPA-regio’s is sprake van redelijk stabiele tekorten na 2018, waarbij Noordoost-Brabant een (in absolute zin) wat groter tekort kent. Door de daling van de vacaturegraad lijkt de tekortenproblematiek op termijn mee te gaan vallen. Dit betekent echter niet dat er op het niveau van vak ook geen problematiek te verwachten valt.

Vakken
We zien dat tekorten zich vooral concentreren rond de vakken Duits, Frans, Natuurkunde, Scheikunde en Wiskunde. De vakken Informatica en Klassieke Talen geven ook (kleinere) tekorten te zien, maar omdat dit relatief kleine vakken zijn betekent dit wel dat de tekorten daar in relatieve zin hoog zijn.. In 2022 zijn de tekorten voor deze vakken naar verwachting beperkter behalve voor Duits en Informatica.
Regionale arbeidsmarktrapportage voortgezet onderwijs 2015 (september 2015)
Groeit of krimpt het aantal leerlingen de regio Noordoost- en Zuidoost-Brabant? En bij welke vakken worden knelpunten verwacht bij het vervullen van vacatures? In deze regionale arbeidsmarktrapportage voortgezet onderwijs van Voion worden de huidige en toekomstige ontwikkelingen van leerlingen, personeel, vakken en lerarenopleidingen in de regio Noordoost- en Zuidoost-Brabant gepresenteerd.

Samenvatting
Leerlingen
Het aantal leerlingen in de regio Noordoost- en Zuidoost-Brabant is tussen 2010 – 2014 met 2,8 procent toegenomen, tot 81.751 leerlingen. Tussen 2015 – 2020 zal het aantal leerlingen afnemen, tot 74.422 leerlingen in 2020. Het merendeel van de leerlingen in deze regio zit in 2014 in een brugjaar.

Werkgelegenheid
De werkgelegenheid voor leraren is in deze regio vanaf 2009 met 231 fte afgenomen tot 5.082 fte in 2013. Tussen 2014 – 2019 neemt de werkgelegenheid in de regio naar verwachting met 8,9 procent af, tot 4.595 fte in 2019.

Leeftijd en vakken
33 procent van het personeel in de regio is in 2013 55 jaar of ouder. Dit betekent dat zij op termijn het onderwijs zullen verlaten. Vooral bij de vakken aardrijkskunde, Nederlands en Engels wordt een relatief groot deel van lessen gegeven door iemand van 55 jaar of ouder. Deze lessen zijn vaak binnen het eerstegraads vakgebied. De vakken waarbij hierdoor vooral knelpunten worden verwacht zijn wiskunde en Duits.

Lerarenopleidingen
De voornaamste instroom in het lerarenberoep verloopt via de lerarenopleidingen. Aan de eerstegraads en tweedegraads lerarenopleidingen die toegekend zijn aan deze regio, zullen tussen 2014 en 2018 de meeste studenten afstuderen als docent Nederlands, wiskunde of geschiedenis.