Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Arbeidsmarkt & mobiliteit

Aanbevelingen

Onderstaande aanbevelingen voor verbetering van de inductie van beginnende leraren in de scholen komen uit het rapport Verbetering inductie beginnende leraren d.d. 29 april 2013 van de Hogeschool Utrecht.
  1. Vorm een ontwikkelteam ‘inductieprogramma’ dat tot taak heeft een samenhangend programma te ontwikkelen voor beginnende leraren. Om dit team goed haar werk te laten doen, is het volgende van belang:
    a) Gebruik maken van de adviezen die de leerwerkgroepen hebben gegeven over de inhoud van een dergelijk inductieprogramma;
    b) Het uitzetten van een enquête voor alle nieuwe leraren aan het eind van hun eerste jaar in het onderwijs. Het doel hiervan is het verzamelen van hun ervaringen met het lesgeven in het eerste jaar, de problemen die zij zijn tegengekomen, mogelijke oplossingen die zij zelf aanreiken voor deze problemen en andere wensen en behoeftes die zij hebben;
    c) Het systematisch houden van exitgesprekken met vertrekkende leraren met als doel het verzamelen van de redenen van vertrek, de ervaringen met het onderwijs geven en adviezen voor verbetering van het inductieprogramma voor beginnende leraren;
    d) Beginnende leraren een rol geven in (het aanpassen van) de opzet van het inductieprogramma;
    e) Leerlingenquêtes een rol laten spelen als één van de referentiepunten in het inductietraject.
  2. Formuleer heldere doelen voor het inductieprogramma, zoals:
    a) De beroepsidentiteit ontwikkelen door persoonlijke ondersteuning;
    b) De nieuwkomer integreren in de school- en beroepsgemeenschap door sociale ondersteuning, maar deze tevens uitnodigen om de schoolcultuur te bevragen;
    c) Systematische professionele ondersteuning verlenen op het gebied van pedagogiek, didactiek, vakinhoud en professioneel handelen;
    d) De nieuwe leraar systematisch de gelegenheid geven om theorie en praktijk met elkaar in verband te brengen.
  3. Formuleer de uitgangspunten van het inductieprogramma:
    a) Inductie op drie fronten: begeleiding, werkomstandigheden en professionalisering;
    b) Een traject dat hinkt op twee benen. Enerzijds is altijd sprake van maatwerk: individuele coaching die aansluit op behoeften. Anderzijds is altijd sprake van gezamenlijkheid: intervisie in groepen;
    c) Een kleinere taakbezetting voor beginnende leraren met behoud van het volledige salaris;
    d) Verplichte deelname van beginnende leraren (een inductieprogramma is een recht en een plicht).
  4. Ontwikkel instrumenten die bijdragen aan het bereiken van de doelen van het inductieprogramma:
    a) een mentorsysteem inclusief observaties, portfolio en co-teaching;
    b) een expertsysteem met cursussen, workshops, ondersteuningmaterialen en dergelijke;
    c) een peersysteem voor ondersteuning, infrastructuren en netwerken;
    d) een zelfreflectiesysteem.
  5. Zorg voor een effectieve aanpak van de begeleiding door:
    a) Het organiseren van een feedbacksysteem voor de lerarenopleidingen opdat zij voortdurend hun opleidingen kwalitatief kunnen blijven versterken;
    b) Een systematische aanpak van lesobservaties en het geven van feedback;
    c) Aandacht te besteden aan klassenmanagement.
  6. Regel hele concrete, down to earth zaken ten behoeve van de beginnende leraren:
    a) het vaststellen van het aantal (taak-)uren/jaar voor de nieuwe leerkracht;
    b) het inroosteren van begeleidingstijd;
    c) het vaststellen van het aantal (taak-)uren voor schoolopleider/coach, vakcollega’s;
    d) Toegang geven tot materialen, databases en andere bronnen;
    e) Video-coaching structureel gebruiken als instrument in inductietraject.
  7. Geef het inductieprogramma expliciet de vorm van een dialoog tussen de zittende leraren en de beginnende leraren waardoor wederzijds geleerd kan worden van elkaars kennis en ervaring. In dat licht is het zinvol dat:
    a) de zittende staf en de leidinggevenden expliciet interesse tonen voor de kwaliteiten, inbreng en ideeën van de nieuwe leraar;
    b) functionerings- en beoordelingsgesprekken gesplitst worden. Het functioneringsgesprek heeft een expliciet wederkerig karakter. Leraar en leidinggevende bespreken elkaars functioneren met als doel verbeterpunten op een rij te zetten en afspraken te maken over de uitvoering ervan.