Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Arbeidsmarkt & mobiliteit

Aanbevelingen Begeleiding Startende Leraren Amsterdam

Achttien Amsterdamse scholen voor voortgezet onderwijs hebben het afgelopen jaar gezamenlijk gewerkt aan de ontwikkeling van driejarige begeleidingsprogramma’s voor startende leraren. Coaches, schoolleiders en stafmedewerkers op het terrein van personeel en organisatie vanuit de verschillende scholen hebben samengewerkt bij het ontwikkelen en implementeren van begeleidingsprogramma’s en begeleidingsinstrumenten. Daarbij ging het niet alleen om het verlichten van de eerste stappen in het beroep door middel van coaching en werkdrukverlaging, maar ook om het stimuleren van professionele ontwikkeling.

De scholen zijn bij de ontwikkeling van die programma’s ondersteund door experts vanuit drie projecten:
  • Terug met dat Tekort - een project van de gezamenlijke Amsterdamse scholen voor voortgezet onderwijs (OSVO)
  • Juniorleraar - een project van de Hogeschool van Amsterdam
  • Frisse Start - een project van de VU in samenwerking met de andere Amsterdamse lerarenopleidingen in het kader van het landelijke project Begeleiding Startende Leraren.

Zowel de projecten als de scholen zijn daarbij financieel ondersteund door het ministerie van OCW.

Inzichten en aanbevelingen
BSLA formuleert, na een jaar onderzoek en uitwisseling tussen 18 Amsterdamse scholen, in haar slotpublicatie de volgende zeven inzichten en aanbevelingen:

  • Ga voor maatwerk. Er bestaat geen standaard begeleidingsprogramma. Sluit aan bij de lokale context en de visie van de school.
  • Zorg voor urgentie. Wil begeleiding effectief zijn, dan moet iedereen in dezelfde mate overtuigd zijn van nut en noodzaak. Breng schoolleiding, P&O, coaches en starters met elkaar op één lijn.
  • Begeleidingsprogramma’s staan niet op zichzelf. Ze moeten ook bijdragen aan andere doelen binnen de school, zoals de kwaliteit van het onderwijs en een lerende cultuur.
  • Neem de tijd voor reflectie. Praktische doelen stellen is goed, maar houd goed in de gaten of ze passen in het grotere kader van de schooldoelstellingen.
  • Experts van buiten zijn nuttig. Onafhankelijke, kritische vrienden helpen bij het wegnemen van blinde vlekken en uitwisselen met andere scholen.
  • Maak je visie concreet. Ontwikkel bruikbare producten en formats.
  • Zorg voor een breed scala aan instrumenten. Kijk ook welke instrumenten andere scholen gebruiken. Zo kom je tot maatwerk.

Ook worden enkele voorbeelden van begeleidingsinstrumenten gepresenteerd. Voor de producten van de deelnemende scholen: zie http://www.verenigingosvo.nl/begeleiding-startende-leraren/  

Ervaringen
Monique van Koll, schoolopleider en begeleidingscoördinator op het Amsterdamse IJburg College, is enthousiast over het afgelopen jaar waarin de eigen begeleidingsmethode verder werd ontwikkeld en beschreven. ‘We doen al heel veel op dit gebied – we zijn ook opleidingsschool. Maar door het expliciet te verwoorden en uit te wisselen met collega’s van andere scholen, is het bij ons intern veel steviger beleid geworden.’ Ze vertelt: ‘We hebben een heel open cultuur. Samen lessen maken, bijvoorbeeld, is heel normaal. Elke nieuwkomer krijgt individuele begeleiding. Daar komt, naast coachgesprekken en lesobservatie, ook beeld-coaching bij kijken. De les wordt gefilmd, waarna coach en docent samen het materiaal bekijken. Dat is toch heel anders dan wanneer je coach achterin de klas zit. Het is objectiever. Je krijgt een gelijkwaardige situatie waarin je beiden leert.’ 
Er zijn natuurlijk ook knelpunten. De volle roosters, bijvoorbeeld. Monique: ‘Veel collega-begeleiders van andere scholen hebben eigenlijk te weinig tijd om goed te begeleiden. Voor mij als opleider en coördinator geldt dat niet. Ik heb, of maak, altijd tijd. Dat wordt enorm gewaardeerd door starters. Het betaalt zich absoluut terug.’

Martijn Meerhoff, schoolleider op Cartesius 2, vindt het belangrijk dat begeleiding en beoordeling goed van elkaar gescheiden zijn. ‘Je moet als starter op een veilige plek terecht kunnen. En je wilt heel duidelijk weten aan welke doelen en criteria je moet voldoen. Die twee zaken moeten niet door elkaar lopen.’ ‘Maar het is soms lastig’, reageert Monique. ‘Ik weet vaak meer over een starter dan de beoordelaar. Moet ik dan helemaal buiten de beoordeling blijven?’ Op het IJburg College hebben ze die spanning zo opgelost: twijfelt de beoordelaar, dan komt er een driegesprek met starter, begeleider en beoordelaar. Dus altijd mét de starter erbij. ‘En dan kom je er altijd wel uit.’

Waar hebben de starters nou de meeste behoefte aan? ‘Aandacht’, zegt Monique resoluut. ‘Een luisterend oor. Soms wordt het emotioneel, en wordt er zelfs gehuild. Maar als we dan bijvoorbeeld samen videobeelden gaan bekijken en bespreken, en ze hun eigen kwaliteiten weer voor ogen krijgen, dan gaan onze starters even later toch de deur weer uit met: ik ga het morgen weer doen!’

Bron: website BSL Noord-Holland en website Leraar.nl