Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Veilig, gezond & vitaal werken

Wettelijk kader RI&E

Wettelijk kader RI&E

De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) is een belangrijke en daarom verplichte pijler onder het arbeidsomstandighedenbeleid van een school. Binnen de beleidscyclus van het 5W-model (willen, weten, wegen, werken en waken) geeft de RI&E structuur voor het inventariseren, prioriteren en aanpakken van risico’s. De RI&E is daarmee een belangrijk hulpmiddel bij het stimuleren van een veilige en gezonde werkomgeving.

Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet)

De risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) is al sinds 1 januari 1994 verplicht voor alle werkgevers met personeel in dienst. Het plan van aanpak is een verplicht onderdeel van de RI&E. Dat staat in artikel 5 (inventarisatie en evaluatie) van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet).

De Arbowet verplicht u ook uw RI&E te laten toetsen. Uitzonderingen van deze verplichting gelden alleen als u minder dan 25 werknemers in dienst heeft en u gebruik maakt van een goedgekeurde Branche-RI&E. In dat geval komt u in aanmerking voor een zogenaamde toetsingsvrijstelling van uw RI&E. Alle vo-scholen moeten hun RI&E dus laten toetsen.

Taken en verantwoordelijkheden en bevoegdheden m.b.t. de RI&E
In de Arbowet zijn een aantal groepen benoemd die taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden hebben m.b.t. de RI&E:
  • De werkgever
    De werkgever (het bestuur) is verantwoordelijk voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden in de school en daarmee ook voor de RI&E. Doorgaans zal de werkgever veel arbotaken mandateren naar lager in de organisatie. Mandateren mag, delegeren niet. Bij het mandateren behoudt de werkgever de eindverantwoordelijkheid (wat bij delegeren niet het geval is).
  • De werknemer
    Deze heeft de verantwoordelijkheid om de preventiemedewerker en de gecertificeerde kerndeskundigen of arbodienst – indien nodig – te ondersteunen bij het uitvoeren een RI&E. Daarnaast is hij verplicht om zich overeenkomstig zijn opleiding te gedragen, de door de werkgever gegeven instructies op te volgen en naar vermogen zorg te dragen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van de andere betrokken personen.
  • Preventiemedewerker (deskundige werknemer(s))
    De Arbowet geeft in artikel 13 aan dat de werkgever zich door één of meer deskundige werknemers laat bijstaan ten aanzien van het naleven van zijn verplichtingen op grond van de Arbowet. Een van de hoofdtaken van de bedoelde preventiemedewerker is het meewerken aan het opstellen van de RI&E en de uitvoering van de verbetermaatregelen in het Plan van Aanpak. 
  • Personeelsvertegenwoordiging (P(G)MR)
    De P(G)MR heeft instemmingsrecht op de manier waarop de RI&E wordt uitgevoerd en op het Plan van Aanpak. Vanaf 1 juli 2017 heeft de P(G)MR bovendien instemmingsrecht op de keuze van de persoon en positie vande preventiemedewerker. De P(G)MR draagt zo ook een verantwoordelijkheid voor arbozaken in de school.
  • Deskundige bijstand
    In de Arbowet staat verder dat de werkgever de RI&E moet laten toetsen door een gecertificeerde kerndeskundige of arbodienst (Arbowet, art. 14 en Arboregeling, art. 2.1). Hij controleert of de RI&E volledig, betrouwbaar en actueel is. Een afschrift van het advies moet hij aan de P(G)MR sturen. 
  • Inspectie SZW (I-SZW)
    Bij een controle van I-SZW, zal altijd naar de RI&E worden gevraagd. De inspectie kijkt of de RI&E aan de wettelijke eisen voldoet. Ook zal I-SZW kijken hoe het staat met de voortgang van de uitvoering van het Plan van Aanpak en zal ze ‘fysieke bewijsstukken’ willen zien waaruit blijkt dat er werk wordt gemaakt van het arbeidsomstandighedenbeleid.