Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Publicaties

Effecten van inductie: ontwikkeling en uitvoering van inductieprogramma’s

woensdag 2 oktober 2013 | Arbeidsmarkt & mobiliteit

Betreft: onderzoek naar de reductie van de voortijdige beroepsverlating in het voortgezet onderwijs
Door: Lerarenopleiding Rijksuniversiteit Groningen
Datum publicatie bevindingen na 1 jaar: december 2012

Het onderzoek meet de effecten van een interventie in de eerste jaren van de beroepsuitoefening van leraren. De interventie bestaat uit een zogenaamd inductiearrangement, een speciaal inwerkprogramma dat betrekking heeft op de werksituatie van de beginnende leraar, maar ook op de begeleidingssituatie.

Uitgangspunt is bestaande literatuur en onderzoek in de vorm van good practices. In een landelijk experiment worden de effecten van het inductiearrangement gemeten. Met andere woorden: werkt interventie en onder welke omstandigheden?

Conclusies:

Het magazine ‘Van 12 tot 18’ publiceerde een uitgebreid artikel over het onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Hieronder enkele conclusies uit dit artikel:

Uitval beginnende leraren
De Rijksuniversiteit Groningen volgde gedurende drie jaar 338 leraren die in heel Nederland net met hun beroepsloopbaan begonnen waren. Het volledige onderzoeksrapport wordt in december verwacht.
  • Bevoegd of niet
    Bij de bevoegde beginnende leraren bleek na drie jaar de uitval uit de eerste baan ongeveer 22% te zijn. Bij de overige beginnende leraren was dat ongeveer dan 46%. Het al dan niet bevoegd zijn blijkt dus verband te houden met het verlaten van de eerste baan.
  • Andere school of ander beroep
    Ongeveer 14% van de beginnende leraren blijkt in de eerste drie jaar naar een andere school te vertrekken en 16% stopt met het beroep, al weten we natuurlijk nooit zeker of ze bijvoorbeeld na een jaartje buitenland weer op een andere school gaan werken. In Tabel 1 wordt duidelijk gemaakt hoe dit ‘hoppen en stoppen’ is verdeeld over de bevoegde en de overige beginnende leraren.

 Tabel 1. Beginnende leraren die binnen drie jaar het beroep verlaten (n=338)
  blijft in de eerste baan vertrekt naar andere school  stopt (voorlopig?) als leraar
bevoegde beginnende leraren 78%  13%  9%
overige beginnende leraren 54% 17% 29%

Zeker als we ons realiseren dat in de groep ‘overige’ beginnende leraren ook leraren zitten die nog in opleiding zijn, dan zijn er eigenlijk geen belangrijke verschillen tussen de beide groepen leraren als het gaat om vertrekken naar een andere school.Die verschillen zijn er wel bij de leraren die (voorlopig) stoppen met het beroep. Van de bevoegde beginnende leraren verlaat binnen drie jaar ongeveer 9% het beroep. Daarvan vertrekt 5% in het eerste jaar, 4% in het tweede jaar en bij de steekproef uit dit onderzoek, niemand in het derde jaar.Vooral niet-bevoegde leraren verlaten het beroepBij de overige beginnende leraren stopt 29% binnen drie jaar met het beroep. Dat is meer dan drie keer zo veel, al moeten we ons wel realiseren dat hieronder zich ook de voor hun diploma gezakte leraren in opleiding bevinden.

Het belang van een goede startvaardigheid
Rijksuniversiteit Groningen heeft vervolgens een steekproef van 222 bevoegde beginnende leraren onderzocht op hun welbevinden en op hun pedagogisch didactische vaardigheden.Uit dit onderzoek komt vooral naar voren dat de groep leraren die het onderwijs binnen drie jaar verlaat verschillend van samenstelling is. Het is belangrijk om goed naar de verschillende groepen te kijken voor een effectieve aanpak. Verder blijkt de pedagogisch didactische vaardigheid van leraren verband te houden met het besluit om het onderwijs de rug toe te keren. Met behulp van een methodiek die het mogelijk maakt om de leraar op een vaardigheidsschaal te plaatsen, kan zijn/haar leer- en ondersteuningsbehoefte specifieker gemaakt worden. Daaraan werken, in de opleiding en in de eerste fase van zijn/haar loopbaan, zal hem steviger in de schoenen zetten en hem/haar wellicht behouden voor het onderwijs. Bron: Van 12 tot 18

Goede begeleiding minder uitval
De Rijksuniversiteit Groningen volgde die drie jaar lang starters op ruim zestig scholen. Uit de eerste resultaten - het volledige onderzoek wordt in december afgerond - blijkt dat op scholen die meer intensieve begeleiding boden, nog geen 10 procent van de starters er na een jaar vanwege te veel stress weer mee ophield. Op de ‘controlescholen' was dat 17 procent. „Uiteindelijk verwacht ik dat bij een goede begeleiding een reductie van 40 procent haalbaar is als het gaat om de uitval in de eerste jaren”, zegt onderzoekster Michelle Helms-Lorenz.
Bron: De Limburger/Dagblad de Limburger

Meer informatie:

Gerelateerde onderwerpen