Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Publicaties

Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2013

dinsdag 7 oktober 2014 | Veilig, gezond & vitaal werken

Betreft: Belangrijkste resultaten voortgezet onderwijs uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2013
Uitgevoerd door: TNO en CBS
Opdrachtgever voor de NEA is het ministerie van SZW. Voion is opdrachtgever voor wat betreft de uitsplitsing van de resultaten voor het vo.
Datum rapport NEA 2013: augustus 2014


De tiende Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) werd in 2013 door TNO en CBS uitgevoerd. Ruim 23.000 werknemers deden mee aan het onderzoek waaronder 377 personen werkzaam in het voortgezet onderwijs. Inclusief de andere sectoren in het onderwijs bedraagt het aantal respondenten 2049. 

In de NEA staat ‘kwaliteit van de arbeid’ in brede zin centraal. Dat betekent dat substantiële aandacht wordt geschonken aan de organisatie en inhoud van arbeid, arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden. Tevens komen enkele andere thema’s aan bod zoals functioneren en inzetbaarheid, opleiding en ontwikkeling, gezondheid en de balans tussen werk en privé. De omvang en representativiteit van de NEA maken het mogelijk om diverse branches te profileren op uiteenlopende arbeidsrisico’s, zoals werkdruk, agressie en fysieke belasting. Ook bevat de NEA informatie over maatregelen die werkgevers treffen en over mogelijke effecten van arbeid, zoals werkstress, verzuim en ongevallen.

Uitsplitsing voortgezet onderwijs
TNO heeft op verzoek van Voion de resultaten van de NEA 2013 uitgesplitst voor het voortgezet onderwijs. Daarbij zijn de volgende zaken met elkaar vergeleken: 
  • Het gehele onderwijs is vergeleken met alle sectoren; 
  • Het voortgezet onderwijs is vergeleken met het overige onderwijs; 
  • Docenten in het vo zijn vergeleken met al het niet onderwijzend personeel in het vo.
Conclusies
Hieronder vindt u de conclusies voor het vo:

  1. Meerdere jaren achtereen wordt voor arbeidsomstandigheden en zwaarte van het werk (werkdruk en agressie) het volgende patroon gevonden: het onderwijs ‘scoort’ in vergelijking met ‘alle sectoren’ iets ongunstiger, het vo op haar beurt ‘scoort’ in vergelijking met het onderwijs iets ongunstiger en docenten in het vo scoren ongunstiger dan andere functies in het vo. Dat geldt niet voor de tevredenheid met het werk; het onderwijs scoort op de verschillende aspecten van tevredenheid met het werk (inhoud van het werk, sfeer op het werk etc.) iets gunstiger dan ‘alle sectoren’.
  2. Werkdruk in het vo lijkt vooral toe te schrijven aan de hogere mate van emotionele belasting in het werk van docenten. Toch achten procentueel meer docenten (betere) maatregelen tegen werkdruk/werkstress nodig dan maatregelen gericht op vermindering van de emotionele belasting in het werk.
  3. Burn-out onder docenten in het vo ligt in vergelijking met niet onderwijzend personeel en de overige sectoren fors hoger.
  4. Tevredenheid met het werk wordt niet alleen bepaald door belastende factoren in het werk. Interessant werk en sfeer op het werk lijken bij te dragen aan de algehele tevredenheid met het werk. Docenten en niet onderwijzend personeel scoren hierop gunstiger dan ‘alle sectoren’.
  5. Docenten en OOP in het voortgezet onderwijs zijn de meest bevlogen werknemers in Nederland.
  6. Minder uren of minder dagen in de week werken is volgens de 45-plusser de belangrijkste factor voor het langer willen en kunnen doorwerken.
Downloads: