Voion | Arbeidsmarkt & opleidingsfonds voortgezet onderwijs

Er wordt gezocht op *

Publicaties

Teaching and Learning International Survey (TALIS) 2013

maandag 16 juni 2014 | Arbeidsmarkt & mobiliteit | Loopbaan & professionalisering

Betreft: een internationaal onderzoek naar de leer- en werkomgeving van leraren en hun schoolleiders in de onderbouw van het voortgezet onderwijs.
In opdracht van: een samenwerking van overheden en OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling)
Uitgevoerd door: International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA)
Uitgave: juni 2014

Nationaal Talis-2013 rapport
Uitgave: oktober 2014
Uitgevoerd door: Ecorys

Talis is een internationaal onderzoek naar de leer- en werkomgeving van leraren en hun schoolleiders in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Ruim 100.000 leraren en 10.000 schoolleiders afkomstig uit 33 landen hebben in de periode 2011 – 2013 deelgenomen aan Talis 2013. Circa 2.000 Nederlandse leraren van bijna 130 scholen deden mee. Het onderzoek maakt een vergelijking mogelijk tussen onderwijssystemen in deze landen. Daardoor krijgen de deelnemende landen inzicht in welke landen voor dezelfde uitdagingen staan en kunnen zij leren van landen met een andere onderwijsbenadering.

Schat aan informatie
Wie zijn nou die leraren, wat vinden ze van hun vak, hoe geven ze daar invulling aan en onder welke werkomstandigheden doen zij dat vergeleken met andere landen? Deze vragen staan centraal in het onderzoek. Het rapport bevat aanbevelingen aan leraren, schoolleiders en beleidsmakers om het leraarsvak verder te versterken en zo het onderwijs aan leerlingen te verbeteren.

Opvallende uitkomsten voor Nederland
Er is ook een rapport gemaakt waarin de Nederlandse situatie is afgezet tegen de situatie in de andere landen die meegedaan hebben aan het onderzoek. De opvallendste resultaten hieruit:
  • De tevredenheid onder Nederlandse leraren over hun beroep is groot: ruim negen van de tien leraren is tevreden. In het algemeen zijn ze meer tevreden over hun werk dan hun buitenlandse collega’s.
  • Slechts 5% van de Nederlandse leraren heeft spijt voor het lerarenvak te hebben gekozen. In andere landen is dat het dubbele (10%).
  • Wanneer leraren inhoudelijke feedback krijgen van collega’s en hun schoolleider, neemt hun werktevredenheid toe.
  • In Nederland staan opvallend minder vrouwen voor de klas dan in andere landen (55% tegen 68% internationaal). Nederlandse leraren werken beduidend minder vaak full time dan hun internationale collega’s (43% tegen 82% internationaal). Ook hebben Nederlandse leraren vaker een vast contract (84% tegenover 83%).
  • 40% van de Nederlandse leraren vindt dat het vak door de maatschappij wordt gewaardeerd. Internationaal gezien is dat bovengemiddeld. Uitschieters zijn leraren uit Singapore en Zuid-Korea. Daar is de maatschappelijke waardering vele malen hoger (68% en 67%). In Zweden en Frankrijk is de waardering voor het vak beduidend lager dan in Nederland.
  • Samen lesgeven –volgens de OESO een belangrijk verbeterpunt- wordt in Nederlandse klassen relatief weinig gedaan. Slechts een derde van de leraren doet dit terwijl dit internationaal bijna door het dubbele aantal leraren wordt gedaan (58%).
  • Een belangrijk middel om de kwaliteit van de leraar en het onderwijs te verbeteren is volgens de OESO deelname van startende leraren aan een intensief begeleidingsprogramma. Opvallend is dat startende Nederlandse leraren minder vaak een begeleidingsprogramma volgen dan leraren elders (46%:N, 49%: Int).
  • De meeste Nederlandse leraren (93%) doen weliswaar 'iets' aan professionele ontwikkeling, maar volgen wel veel vaker korte bijeenkomsten zoals congressen en seminars in tegenstelling tot hun buitenlandse collega’s die vaker langduriger bijscholing volgen.
  • Leraren besteden –net als hun collega’s in het buitenland- gemiddeld 42% van hun tijd aan lesgeven.
  • Nederlandse leraren geven zelf aan meer lestijd te verliezen aan orde houden in de klas dan gemiddeld in de TALIS-landen (16% tegenover 13%). Hierdoor blijft er minder tijd over voor lesgeven.
  • Nederlandse leraren (64%) vinden dat ze vaak lang moeten wachten voordat ze met hun les kunnen starten.

TALIS ondervroeg ook schoolleiders:

  • Meer dan driekwart van de leraren werkt op een school waar volgens schoolleiders leerlingen wekelijks te laat komen. Het TALIS-gemiddelde ligt een stuk lager op 52%.
  • Meer dan de helft van de leraren in Nederland werkt op een school waar schoolleiders melden dat spieken regelmatig voorkomt. Het TALIS-gemiddelde is slechts 13%.
  • Volgens Nederlandse schoolleiders werken relatief minder leraren op scholen met een gemeenschappelijke onderwijsvisie (72% tegen 87% gemiddeld), waar openlijk gesproken wordt over moeilijkheden (79% tegen 93% gemiddeld) en waar succes gezamenlijk wordt gedeeld (75% tegen 90% gemiddeld).
  • Opvallend is dat bijna driekwart van de Nederlandse schoolleiders (71% tegen circa 39% gemiddeld) vindt dat een tekort aan gekwalificeerde of goed presterende leraren goed onderwijs belemmert. Alleen Japan scoort hier hoger. In landen als Finland en Denemarken ligt dit percentage een stuk lager.

    *Alle percentages zijn Nederlandse of TALIS gemiddelden

Meer informatie